Bel mij terug schadevergoeding-
calculator

Trias Legal
Rotterdam Airportplein 22
3045 AP Rotterdam

t: 010 – 799 70 40
e: info@triaslegal.nl
w: www.triaslegal.nl
Kvk – nummer: 58681027

Onze klantenservice is 24/7 bereikbaar.
De openingstijden van ons kantoor is als volgt:

Maandag: 08:00 – 21:00
Dinsdag: 08:00 – 21:00
Woensdag: 08:00 – 21:00
Donderdag: 08:00 – 21:00
Vrijdag: 08:00 – 21:00
Zaterdag 09:00 – 18:00
Zondag: 09:00 – 18:00

Press enter to begin your search

Arbeidsongeval werknemer valt van trap

Arbeidsongeval werknemer valt van trap

Onlangs heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een zaak waarin een bedrijfsongeval heeft plaatsgevonden de hoofdaannemer aansprakelijk geacht op grond van artikel 7:658 lid 4 BW jegens (ingehuurde) arbeidskracht van een onderaannemer.

Wat is er gebeurd?

In 2012 werd het Provinciehuis te Haarlem gerenoveerd. De hoofdaannemer was Heijmans. Heijmans had Pakor B.V. (hierna: Pakor) ingeschakeld als onderaannemer.

De werknemer (hierna: de heer X) is werkzaam bij een uitzendorganisatie van Pakor, namelijk PB Works B.V.. De heer X was ter beschikking gesteld aan Pakor en voerde werkzaamheden uit in het kader van de renovatie van het Provinciehuis. Tijdens het uitoefenen van zijn werkzaamheden was de heer X genoodzaakt de trap te nemen, omdat de lift in het Provinciehuis niet functioneerde en de buitenlift een week eerder door Heijmans was weggehaald. Op de trapleuning was een dikke laag folie aangebracht. Daardoor kon de heer X de leuning niet vasthouden met zijn linkerhand. In zijn rechterhand droeg hij een driehoekschraper en een potlood. De natuurstenen treden van de trap waren ter bescherming door Heijmans afgedekt met houten platen. Deze platen lagen los, althans boden ruimte om daarachter te blijven haken. De heer X is achter de trapbekleding blijven haken en daardoor gevallen. Pakor heeft het ongeval gemeld bij haar verzekeraar Amlin.

Wat heeft de rechtbank geoordeeld?

Amlin heeft de rechtbank gevorderd dat Heijmans de letselschade die Amlin zal uitkeren, aan Amlin te vergoeden. Subsidiair heeft Amlin gevorderd dat Heijmans volledig bijdraagt aan de schade en meer subsidiair heeft Amlin gevorderd dat Heijmans een percentage van de schade bijdraagt. Amlin stelt namelijk dat Heijmans als hoofdaannemer op grond van artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk is jegens de heer X als uitzendkracht, omdat de heer X voor de zorg van zijn veiligheid mede afhankelijk was van Heijmans. Tevens geeft Amlin aan dat de werkzaamheden hebben plaatsgevonden in de uitoefening van het bedrijf van Heijmans.

Amlin heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat Heijmans op grond van de overeenkomst van onderaanneming die zij met Pakor heeft gesloten, meer in het bijzonder de algemene voorwaarden die daarop van toepassing zijn, gehouden is om Pakor te vrijwaren.

De rechtbank is, na een discussie over de algemene voorwaarden van Pakor en Heijmans, van oordeel dat noch de algemene voorwaarden van Pakor, noch die van Heijmans van toepassing zijn. Met betrekking tot de zorgplicht overweegt de rechtbank dat dit zich uit in de mate van zeggenschap over de uitvoering van de werkzaamheden. Heijmans stelt dat de heer X zijn werkzaamheden voor Pakor verrichtte, dat het Pakor was die gerichte werkinstructies kon geven en het dus Pakor was die de materiele werkgever was. Of Pakor dit laatste wel heeft gedaan kon Heijmans niet aangeven. Een werknemer van Heijmans heeft ter zitting aangegeven dat er niemand van Pakor aanwezig was in het Provinciehuis om instructies te geven. Tevens heeft deze werknemer verklaard dat door Heijmans een algemene veiligheidsinstructie is gegeven aan medewerkers van Pakor. Op grond van het laatstgenoemde is de rechtbank derhalve van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de heer X voor de zorg van zijn veiligheid uitsluitend afhankelijk was van Pakor, maar mede van Heijmans. Aan de voorwaarde van toepassing van artikel 7:658 lid 4 BW is hiermee voldaan.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat de bewijslast van het voldoen aan de zorgplicht en dus de aansprakelijkheid op Heijmans rust op grond van artikel 7:658 lid 4 BW. Die zorgplicht ziet in dit geval op de trapconstructie, waaronder begrepen de trapleuning. Alvorens verder te beslissen heeft de rechtbank daarom Heijmans opgedragen bewijs aan te leveren dat de constructie van de trap, inclusief de trapleuning, zodanig was dat deze geen gevaar opleverde voor personen die daarvan gebruik maakten.

De conclusie is dus dat tevens de hoofdaannemer aansprakelijk gesteld kan worden in soortgelijke situaties.

Soortgelijke situatie meegemaakt?

Zit u met een soortgelijke situatie en weet u niet wat u moet doen? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen voor een vrijblijvend gesprek. Wij leggen u graag onze werkwijze uit. Blijf niet zitten met letselschade, maar zorg ervoor dat u uw schadeclaim ontvangt. Wij helpen u graag verder!