Bel mij terug schadevergoeding-
calculator

Trias Legal
Rotterdam Airportplein 22
3045 AP Rotterdam

t: 010 – 799 70 40
e: info@triaslegal.nl
w: www.triaslegal.nl
Kvk – nummer: 58681027

Onze klantenservice is 24/7 bereikbaar.
De openingstijden van ons kantoor is als volgt:

Maandag: 08:00 – 21:00
Dinsdag: 08:00 – 21:00
Woensdag: 08:00 – 21:00
Donderdag: 08:00 – 21:00
Vrijdag: 08:00 – 21:00
Zaterdag 09:00 – 18:00
Zondag: 09:00 – 18:00

Press enter to begin your search

Letsel na schop van een kalf

Letsel na schop van een kalf

Op 8 augustus 2014 is een slachter, werkzaam bij Ekro, tijdens het uitvoeren van de slachtwerkzaamheden door een kalf tegen het hoofd geschopt en tegen een muur terecht gekomen.

Wat is er gebeurd?

De slachter stelt in deze zaak dat het kalf niet goed verdoofd was door de schutter. Het dier maakte nog wilde bewegingen, zelfs nadat de slachter de hals van het dier had doorgesneden. Desondanks heeft de schutter aan de slachter gevraagd hem te helpen met het bevestigen van de poot van het kalf aan een ketting. Bij het aanbrengen van de ketting is de slachter door het kalf tegen zijn hoofd geschopt. De slachter stelt primair dat Ekro op grond van artikel 7:658 BW niet heeft voldaan aan de op haar als werkgever rustende zorgplicht. Subsidiair stelt de slachter dat Ekro op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk is voor een door één van haar werknemers, in dit geval de schutter, gemaakte fout. Het kalf was namelijk niet goed verdoofd volgens de slachter. Meer subsidiair stelt de slachter dat Ekro op grond van artikel 6:179 BW jo. 6:181 BW als bezitter van het kalf aansprakelijk is voor de schade.

Wat oordeelde de rechtbank?

De kantonrechter heeft de aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW afgewezen, omdat de kantonrechter van oordeel is dat Ekro voldoende maatregelen heeft getroffen en aanwijzingen heeft gegeven om te voorkomen dat haar werknemers als gevolg van een ‘schoppend’ kalf schade kunnen lijden.

Met betrekking tot het subsidiaire, namelijk dat Ekro aansprakelijk is voor een door één van haar werknemers gemaakte fout, in dit geval de schutter die het kalf niet goed zou hebben verdoofd, heeft Ekro aangevoerd dat het kalf wel goed was verdoofd, maar spiertrekkingen vertoonde. Voorts heeft Ekro aangegeven dat indien sprake zou zijn van laatstgenoemde er tevens sprake is van eigen schuld van de slachter. Hij ging zelf zo dicht met zijn hoofd bij de poten van het kalf staan en nam de risico dat hij tegen zijn hoofd kon worden geraakt.

Voor de beoordeling van het voorgaande en het meer subsidiair gestelde heeft de kantonrechter verwezen naar een arrest van de Hoge Raad van 9 november 2001 In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat wanneer een werknemer tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden letsel oploopt, de schade geheel voor rekening van de werkgever komt indien er sprake is van zowel een gevaar scheppende handeling van een andere werknemer alsook van eigen schuld van de werknemer. Hier is echter wel een ‘tenzij’ regel van toepassing, namelijk wanneer er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer. Indien er sprake is van laatstgenoemde kunnen we spreken van eigen schuld. Dit wordt ook wel de eigen schuld regime genoemd.

Conclusie

De kantonrechter heeft geoordeeld dat voornoemd arrest voor zowel artikel 6:170 BW als ook voor artikel 6:179 jo. 6:181 BW geldt. Ekro wordt aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:179 jo. 6:181 BW voor de door slachter geleden en nog te lijden schade, omdat volgens de kantonrechter de spiertrekkingen die het kalf vertoonde aangemerkt kunnen worden als natuurlijk en onvoorspelbaar gedrag, gelegen in de eigen energie van het dier.

Met betrekking tot de vraag of eigen schuld aan de slachter toegerekend kan worden, heeft de kantonrechter geoordeeld dat er geen sprake is van eigen schuld van de slachter. Het gaat erom dat Ekro op vele manieren kan anticiperen op de onberekenbare en gevaarlijke gedragingen door het productieproces daarop af te stemmen. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 9 november 2001 eis de in artikel 6:101, lid 1 BW bedoelde billijkheid is naar oordeel van de kantonrechter ook in dit geval dat de eventuele eigen schuld die niet bestaat in opzet of bewuste roekeloosheid voor rekening van Ekro dient te blijven. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is geweest van opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van de slachter, komt Ekro geen beroep op eigen schuld toe.

Soortgelijke situatie meegemaakt?

Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen voor een vrijblijvend gesprek over uw letselschade. Wij helpen u graag verder! Onze werkwijze is simpel en onze juristen staan u graag bij.