Bel mij terug schadevergoeding-
calculator

Trias Legal
Rotterdam Airportplein 22
3045 AP Rotterdam

t: 010 – 799 70 40
e: info@triaslegal.nl
w: www.triaslegal.nl
Kvk – nummer: 58681027

Onze klantenservice is 24/7 bereikbaar.
De openingstijden van ons kantoor is als volgt:

Maandag: 08:00 – 21:00
Dinsdag: 08:00 – 21:00
Woensdag: 08:00 – 21:00
Donderdag: 08:00 – 21:00
Vrijdag: 08:00 – 21:00
Zaterdag 09:00 – 18:00
Zondag: 09:00 – 18:00

Press enter to begin your search

Verkeersaansprakelijkheid kop-staart botsing

Verkeersaansprakelijkheid kop-staart botsing

Op 11 juni 2019 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch een voorligger aansprakelijk geacht na een inhaalmanoeuvre.

Wat is er gebeurd?

In deze zaak was er sprake van een kop-staart botsing tussen twee vrachtwagens op de snelweg. Hierbij waren betrokken een vrachtwagen voor paardentransport MAN TGL (hierna: A) en een vrachtwagen DAF XF 95 (hierna: B).

De vrachtwagen van B is achter op vrachtwagen van A gebotst. Vachtwagen A reed in eerste instantie achter vrachtwagen B, waarna vrachtwagen A vrachtwagen B inhaalde en vervolgens na het voorsorteren hard op de rem ging. Hierdoor botste vrachtwagen B achter op vrachtwagen A. Achmea, de verzekeraar van vrachtwagen B, heeft aansprakelijkheid afgewezen. Hierop stapte vrachtwagen A naar de rechter en heeft gesteld dat zij na het inhalen van vrachtwagen B moest remmen, omdat het voertuig voor haar remde. Volgens vrachtwagen A heeft de bestuurder van vrachtwagen B in strijd met het bepaalde in artikel 19 RVV nagelaten zijn snelheid zodanig aan te passen dat hij de vrachtwagen tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarop hij de weg kon overzien en deze vrij was. Volgens Achmea reed hun verzekerde (vrachtwagen B) al een half uur constant 80 km/u toen vrachtwagen A hem inhaalde, de ruimte tot zijn voorligger inging en hard remde, waardoor zij aan vrachtwagen B de remweg ontnam. Volgens Achmea haalde vrachtwagen A in op een plaats waar vanwege werkzaamheden een inhaalverbod gold.

Wat heeft de rechtbank geoordeeld?

De rechtbank heeft bij tussenvonnis aan vrachtwagen A de mogelijkheid gegeven om bewijs aan te leveren van haar stelling dat vrachtwagen B in strijd met artikel 19 RVV heeft gehandeld door te verzuimen zijn snelheid dusdanig aan te passen dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarop hij de weg kon overzien en deze vrij was en ten gevolge van dit verzuim een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij het voertuig van B schade heeft geleden. Bij eindvonnis heeft de kantonrechter de vordering van B afgewezen, omdat zij niet slaagde in het bewijs.

Wat heeft het hof geoordeeld?

Het hof heeft in het licht van artikel 150 Rv geoordeeld dat de bewijslast bij A licht. De enkele omstandigheid dat een voertuig op een voorligger botst biedt onvoldoende basis om de bestuurder van de voorligger voorhands geslaagd te achten in het bewijs dat de bestuurder van de achterste auto een aan hem toerekenbare verkeersfout heeft gemaakt. Dit laatste rechtvaardigt geen uitzondering op deze hoofdregel van bewijslastverdeling. Verder is er ook geen bijzondere regel in deze zaak om hiervan af te wijken.

Voorts is het hof met de kantonrechter van oordeel dat de getuigenverklaring van de zoon van A niet geloofwaardig overkomt, omdat er vanwege de lange tijdsverloop die hij en A aangeven.

Conclusie

De consequentie van het voorgaande is dat A er weer niet in is geslaagd het gevraagde bewijs te leveren. Het hof is van oordeel dat A bij haar inhaalmanoeuvre B onvoldoende ruimte heeft geboden. Ook het hoger beroep van A slaag niet.

Soortgelijke situatie meegemaakt?

Heeft u een soortgelijke situatie meegemaakt en heeft u hier letselschade door ondervonden? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen voor een vrijblijvend gesprek. Leer meer over onze werkwijze. Wij helpen u graag verder!